1.

ik keek vanaf een afstandje naar ons samen aan mijn keukentafel en zag de contouren van een film. Zo’n film waarin je jezelf herkent, maar dan niet als hoofdpersoon, maar juist die ander. Dat je opeens ziet hoe je wordt benaderd. Hoe mensen jouw situatie doorgronden. Mensen die jou en je context beter kennen dan jezelf en zo houden ze je een spiegel voor.

2.

Een betoog dat zich niet zo goed talig laat uit leggen maar uitgesproken filmisch is. Beginnend bij Kubrick-achtige kilte in een over-efficiënt ingericht callcenter in Groningen en eindigend bij de Italiaanse cinema in het roemruchte vluchtelingenkamp Moria op Lesbos, onderzoekt de film hoe het kapitalistisch denken tot in ons DNA is doorgedrongen. Hoe een generatie die is opgevoed als ‘consument’ zijn ideeën over menselijkheid ontleent aan een kapitalistisch construct van enquete’s en service-onderzoek.

3.

Op een regenachtige dinsdagochtend in oktober 2011 botst een man op de A10, ter hoogte van afrit S14, met zijn Audi tegen de vangrail. De bestuurder van de Volvo die achter hem rijdt wijkt uit naar de vluchtstrook. Hij stopt en belt onmiddellijk 112. Wat volgt is een moment van stilte: de bestuurder van de Volvo weet niet goed wat te doen terwijl de man in de donkerblauwe Audi bewusteloos en tegen de airbag ligt, de vangrail als een warrige ketting om zijn motorkap gevouwen.

Snel daarna komt alles in beweging: de hulpdiensten arriveren met sirene en zwaailichten. De brandweer knipt het slachtoffer los uit de auto en de artsen van de traumahelikopter verlenen eerste hulp. De ambulancebroeders vervoeren de man met hoge snelheid naar het VU Medisch Centrum terwijl de politie ondertussen de file in juiste banen leidt en een verzekeringsagent aan zijn schaderapport begint. De auto van de man, total loss, wordt even daarna weggesleept door een particulier sleepbedrijf uit de buurt. Rijkswaterstaat neemt de schade aan de vangrail op en zet direct een order uit voor herstelwerkzaamheden. Ook arriveert een schoonmaakteam ter plaatse: er resten bloedsporen op de weg die moeten worden weggespoten en glasscherven die bij elkaar moeten worden geveegd.
Een paar uur later bezoeken zijn hevig geschrokken vrouw en kinderen de man in het ziekenhuis. Hij is buiten bewustzijn, heeft twee gebroken benen, een ingeklapte long, gebroken ribben, snijwonden en drie gebroken ruggenwervels. De artsen zeggen dat hij het zal overleven. De familie is verdrietig en bang. Toch, er is ook goed nieuws: de man heeft deze ochtend voor zeker 0,0000000004 procent bijgedragen aan het bruto binnenlands product. Daarmee heeft hij een bijdrage geleverd aan de welvaart van ons allen.

4.

Als maker ben ik op dit moment erg geïnteresseerd in onderwerpen die veel visuele ruimte bieden. Onderwerpen die zodanig vallen te abstraheren dat je je eigen verhaal ervan kunt maken. Ik ben niet zo erg op zoek naar ‘iets dat recht doet aan de werkelijkheid’ maar zie de werkelijkheid meer als materiaal dat ik vrijelijk mag oppakken, door elkaar mag schudden en binnenstebuiten mag keren om een verhaal mee te maken. Ik zoek een onderwerp dat zich ervoor leent om middels een bepaalde mate van abstractie en een consequente esthetiek iets universeels te zeggen.

5.

Ik wil een film maken over het besef dat je soms van achteren aanvalt en je oor schreeuwt dat alles zinloos is. Maar dat we toch moeten blijven lopen Over de angst die je vanuit het niets kan overvallen door een toevallige blik op de krant. . En de vraag: als je van leven doodgaat, waarom hechten we er dan zo aan? De zwaarte die als een loden harnas over je heen valt door de combinatie van de woorden vrachtauto, fietser, dode hoek. De onvermijdelijkheid van het besef dat alles, alles wat van betekenis lijkt op ieder moment van de dag binnen twee seconden verdwenen kan zijn.
Ik wil een film maken over hoofdluis.

6.
7.
8.
9.